Die bal die bal, die moet en zal…

… weer de onze worden. Al een paar wandelingen lang zag ik em liggen in het vennetje, onbereikbaar tussen het riet. De oranje bal met de blauwe streep van Zjonnie. De bal waarvoor Zjon regelmatig zijn tanden laat zien aan concurrenten en daar, meestal, goed mee weg komt (op die grote bruine labrador na dan, maar dat is weer een ander verhaal). 

Eerder, tijdens zo’n heerlijke koude winterwandeling, gooide m’n neefje Jim de bal over het bevroren vennetje en meteen rende Zjon achter de bal aan over het dunne ijs. M’n zus en ik gilden: “Nee Zjonnie!”.

Vorig jaar hoorde ik namelijk ook een vrouw gillen: “Nee Rocky!” De kleine Rocky rende als een dolle van de ene kant naar de andere kant van het ven om precies in het midden door het ijs te zakken. De vrouw stond nog te twijfelen aan de kant van het water terwijl Rocky tevergeefse pogingen deed om uit het wak te komen. “Je moet hem echt gaan redden.”, zei ik. En daar ging ze, op haar buik over het ijs, om er af en toe doorheen te zakken. Niet voor niets een nat pak gelukkig, Rocky werd gered door zijn trouwe baas! 

Gelukkig hoefde ik niet te schuifbuiken over het ijs. Zjon glibberde geschrokken snel richting ons gegil. 

Zo niet de oranje bal met het blauwe streepje. Die lag daar ver weg op het ijs. 8 euro kostte die bal! En wat voor een bal. De hoektandjes van Zjon maakten geen enkele kans op het robuuste rubber. De bal bleef ook gewoon een bal en veranderde niet na 3 minuten Zjon in pluisjes en stukjes rubber. En zo ineens, na al die tijd samen, lag ie daar te liggen, zomaar, nutteloos… Na een paar dagen was het ijs in water veranderd en zag ik um niet meer. Dag bal. 

Na een paar dagen liepen de hondjes en ik via een ander paadje naar het ven. Ja hoor, daar lag ie, in de rand van het riet in het water. De ene dag probeerde ik Zjon in het riet te sturen, de volgende dag Polly, de dag daarna een lange stok gevonden, roeibewegingen gemaakt… Geen succes. De bal bleef was onvermurwbaar. 

Vandaag besloot ik dan toch maar om m’n stoute schoenen, alias rode regenlaarzen, aan te trekken en het ven in te lopen. Het eerste stukje ging goed. Een beetje hoppen van de ene rietpol naar de andere. Ineens liepen m’n laarzen vol water, toch iets dieper dan ik dacht. Vervolgens water tot onder de knieën in het water, en toen tot boven de knieën… Even balanceren op de laatste pol en jaaaaah de oranje bal met het blauw streepje was weer in ons bezit. Na het leegschudden van m’n laarzen en het uitwringen van m’n sokken kreeg ik een beetje een warm gevoel van voldoening. We vervolgden de wandeling met koude voeten en een big smile. 

Toen ik in de auto terugreed naar huis, bedacht ik me dat die 8 euro de enige reden voor m’n volhardendheid was geweest. Hollandse zuinigheid of is duurkoop echt goedloop? Ik las eens gelezen dat het omslagpunt om zuinig te op een pen 38 euro is. Voor een bal is dat 8 euro, althans voor mij. Hopelijk blijven we nog lange tijd bij elkaar.

In your face

Dat zegt m’n zus over m’n hondje Zjonnie. Hij is wel lief, maar hij is zo ‘in your face’. Ze kijkt dan alsof ze net een kies heeft laten trekken. Iedereen die Zjonnie kent weet dat ze wel een beetje gelijk heeft. Ik neem hem niet meer mee als ik ergens op bezoek ga. Hij is dan zo blij dat hij in no-time iedereen gek heeft gemaakt. Te blij is blijkbaar ook gewoon te. Beetje zielig voor hem vind ik dat wel.

Ik heb geen kinderen. Dus mijn leven is een oase van tijd, denken veel ouders. Ja, ik kan m’n tijd wat gemakkelijker indelen. Ik hoef niet naar de pianoles, voetbal, ballet, kinderopvang, ouderavonden en zo nog meer. Maar ik heb wel een huishouden te draaien, m’n bedrijfje, zorgen voor mezelf en brood op de plank, niemand om (financieel) op terug te vallen en… ik heb Zjonnie. 

Iedere dag gaan we naar het bos. Een dik uur wandelen. Een dag overslaan is geen optie. Dat is niet bevorderlijk voor de gezelligheid in huis. Als we de auto instappen om te gaan wandelen en ik zie Zjon vanaf de achterbank, naar de passagiersstoel weer over de achterbank naar het bagagedeel weer naar de achterbank van de auto springen en ondertussen wild piepend mij in een onbewaakt moment een lik in m’n gezicht geven, dan is het tijd voor wat spiegelmanagement. 1 keer uit pure blijdschap zo’n ronde in de auto, dat is normaal. Maar na een keer of 9, dan stel ik mezelf de vraag: Hoe druk ben ik vandaag eigenlijk?

Als Zjon niet te houden is, dan is vrijwel altijd het laatste het geval. Dan heb ik het inderdaad te druk gehad, teveel deadlines, slecht gegeten, te weinig geslapen, niet gesport, te lang alleen thuis gezeten en/of niet genoeg ontspannen. Dan ben ik chagrijniger dan ik wil en is het ‘druk in m’n kop’.

Zjon is dus eigenlijk gewoon een heel sociaal kereltje. Hij gaat mee in de drukte en mee in de rust. Als ik aan het ontspannen ben, komt hij lekker tegen me aan liggen slapen. Dat laatste gelooft m’n zus niet.

En inderdaad, misschien heb ik gemakkelijker praten zonder kinderen, maar ik wed dat het voor hen ook opgaat. Dat als ze zeuren, zaniken en jengelen, dat het dan tijd is voor een kijkje in de spiegel.

Ik ben in ieder geval blij met mijn levendige harige spiegeltje. Dankzij hem heb ik mezelf sneller in de gaten dan dat ik mezelf in de gaten heb.

Liever een langer lontje? Naar de cursus!

Hoe gaat het?

Een eenvoudige vraag. Ik kreeg ‘em van een vriend die ik al lang niet had gezien. Zo’n vriend met wie contact onderhouden niet hoeft. Dat als je elkaar weer ziet, dat het meteen als vanouds is. Van die vrienden waar er eigenlijk meer van zouden moeten zijn. Dan duurt het niet zo lang voor je er weer een spreekt. Ik antwoordde: “Het gaat goed. Ik ben happy.” “Living the dream?”. Ik hoorde wat sarcasme in zijn stem. “Nee, gewoon happy.”

Ik vertelde hem dat ik veel ontspan de laatste tijd. Niet naar de sauna of de Efteling, maar dat ik gewoon even ga zitten. Zitten en ademhalen. Dat ik hulp zoek als ik er zelf niet uitkom. Dat als ik een k**dag heb, dat ik dan tegen mezelf zeg: “Oké, k**dag, kom maar op”. En dat het op een of andere manier dan meteen beter gaat.

Ons gesprek ging ook over de vraag ‘hoe gaat het?’ en of die vraag wat betekent. Hij had gelijk. De vraag is vaak net zo nietszeggend als het antwoord. Maar eerlijk is eerlijk, soms jok ik ook. Als ik snel weg wil van de vrager bijvoorbeeld. In dat geval gaat het altijd ‘heel goed’. Daar ligt het antwoord dus aan, besloten we, aan wie het vraagt. Ons gesprek werd onderbroken door een vriendin die vroeg: “Hoe gaat het?”. Grinnik, grinnik.

Later dacht ik er nog even na. Het is niet alleen de ontspanning waardoor ik me goed voel. Het is ook de weerstand tegen allerlei zin en onzin die ik langzaam aan het opgeven ben. De weerstand tegen het leven en de weerstand tegen de dood, de weerstand tegen een file, een vies aanrecht, geen parkeerplaats, een dikke rij bij de kassa, een chagrijnige collega, een rommelige werktafel, sleutels kwijt zijn, de weerstand tegen de weerstand en tegen nietszeggende hoe-gaat-het’s. Als ik die vriend over 3,5 jaar weer eens zie moet ik niet vergeten om hem dat ook nog even te zeggen. 🙂

Over meerkoeten en modder

Vandaag begon m’n dag laten we zeggen mwah. Ik was moe. Watteninmijnhoofdmoe. M’n ontspanningsoefening, haalde de watten niet uit m’n kop. Ach ja, een moedag. Laat maar gaan, da ga wel goe, dacht ik nog. Een nadeel van moe zijn is wel dat m’n irritatieniveau dan wat minder goed te managen is. Maar dat is vast en zeker herkenbaar…

Zoals iedere dag maakte ik ook vandaag een wandeling met m’n hondjes Polly en Zjon. Ook met watten in je hoofd is een wandeling heerlijk, altijd. Zuurstof happen, buiten zijn, bomen zien. Zjon heeft zoveel energie dat niet naar het bos gaan geen optie is. Geen keuze is geen keuzestress. Dus iedere dag wandelen we samen een uurtje in het bos. Weer of geen weer.

Aan het einde van de wandeling vond Polly het nodig om even achter de eenden aan te gaan. De eenden vlogen weg, dus de dierenvriend in mij was gerustgesteld. Ik riep haar om mee naar de auto te gaan, maar ze kwam niet. Haar jagersinstinctknopje was blijkbaar ingedrukt. Haar oren zijn dan tijdelijk stuk. Na nog wat roepen zwom ze het riviertje over, mijn kant op. Yes, dacht ik, we kunnen naar huis. Ze klom alleen niet op de kant, maar kroop ver onder het riet. Na een paar tellen kwam ze tevoorschijn met een meerkoetje in haar bek. Ze zwom snel weer terug naar de overkant, buiten mijn bereik. Daar beet ze het arme beestje dood, keek er 5 seconden naar en dat was het. Blijkbaar haalde de kill haar wel uit de jagersroes. Zeer schuldbewust kroop ze mijn kant op.

Boos. Boos, was ik. Hoe nutteloos, zonder enige scrupules beet MIJN Polly het meerkoetje dood. Ik durf nog niet op internet te kijken of meerkoetjes, zoals zwanen, partners voor hun leven hebben.

Zjon had in de tussentijd een modderbad genomen. Normaal is hij wit, maar daar was nog maar weinig van te zien. Dus toen we weer thuis waren wilde ik hem even afspoelen. Op de trap rende hij mij snel voorbij. Om vervolgens in moddertenue op het ’s morgens vers opgemaakte bed te springen en zich in opperste gelukzaligheid aan de witte lakens af te drogen. En ik riep nog: nee!

De boosheid over de meerkoet was nog niet gezakt, dus de modderlakens kwamen er nog bij. 1 plus 1 is soms echt 3 of 8,5. ik werd weer boos. Heel boos. Even echt schelden boos. Rood hoofd boos.

Ik wist even niet hoe ik mezelf uit die boosheid moest halen. De watten zaten in de weg, denk ik, net zoals ik mezelf. Gelukkig had ik een werkafspraak. Hoe ironisch, een interview over relativeren. Toen ik na het interview weer naar huis reed was m’n boosheid compleet verdwenen. Zelfs de watten in m’n hoofd waren weg. Ik was het weer even vergeten, maar soms hebben we elkaar nodig om uit weer met beide voeten op de aarde te komen. Dus mocht ik binnenkort met een rood hoofd aan je deur verschijnen voor een kopje thee, praat dan maar niet over meerkoeten of modder. Al het andere is zeer welkom.